BewegingsonderwijsBijna alle leerlingen krijgen twee keer per week bewegingsonderwijs. De lessen worden gegeven door een vakleerkracht bewegingsonderwijs, vaak in samenwerking met een assistent bewegingsonderwijs. De inhoud van de lessen is afhankelijk van de groep waarin een kind zit. Onder het bewegingsonderwijs vallen de volgende activiteiten: gym, BEO, zwemmen en judo. Gym
BEOBEO staat voor Bewegen, Ervaren en Ontspannen. Deze activiteit is speciaal opgezet voor leerlingen met een meervoudige handicap. Tijdens BEO worden leerlingen door de aangeboden activiteit uitgedaagd tot bewegen of kunnen zij zich ontspannen (sensorisch ervaren). Er wordt extra aandacht besteedt aan de individuele mogelijkheden van de leerlingen. Zwemmen
Leerlingen krijgen zwemonderwijs op school of op het Sportiom. De leerlingen van het VSO krijgen, op een uitzondering na, geen zwemles. JudoLeerlingen vanaf 7/8-14 jarigen kunnen in aanmerking komen voor judolessen. Dit kan zijn op vraag van een leerling zelf, van een groeps- of vakleerkracht of van ouders. Naast diverse stoeivormen worden er eenvoudige judovaardigheden aangeleerd. De lessen staan in het teken van bewegingsthema’s als kracht, balans, samenwerking en snelheid. Leerlingen krijgen per schooljaar een half jaar judo. Ze kunnen meerdere jaren voor judo in aanmerking komen. ActiviteitenmiddagHet bewegingsonderwijs neemt deel aan de activiteitenmiddagen die op de diverse afdelingen worden georganiseerd. Het doel is om leerlingen kennis te laten maken met verschillende vormen van vrijetijdsbesteding. De vakleerkracht bewegingsonderwijs kan, indien gewenst, ouders adviseren met betrekking tot een sportclub. |
Onze stromen 


Bij de jongste leerlingen ligt het accent op het opdoen van bewegingservaring. In de groepen daarna wordt er steeds meer gewerkt aan de (persoonlijke) ontwikkeling van de diverse bewegingsvormen: lopen, rijden, balanceren, springen, rollen, klimmen/klauteren, zwaaien/schommelen, werpen/vangen, bewegen op muziek en spelvormen zoals tikspelen, doelspelen, stoeispelen en slagspelen. In de oudere groepen ligt het accent steeds meer op de sport- en spelontwikkeling. Belangrijk hierbij is het omgaan met winnen/verliezen, met spelregels, elkaar leren lesgeven en scheidsrechter zijn. Sociale aspecten zijn dus erg belangrijk bij het bewegingsonderwijs. Bij alle ontwikkelingen houden we rekening met de individuele mogelijkheden van de leerlingen.