KinderExpertiseCentrum Nieuwsbrief 8 november 2011
Tolbrug Specialistische Revalidatie (onderdeel van het Jeroen Bosch Ziekenhuis) en Mytylschool Gabriël zijn de initiatiefnemers voor het te realiseren KinderExpertiseCentrum (KEC). Op dit moment werken beide organisaties al nauw samen op de locatie Gabriël. De huisvesting van deze school en de bijbehorende behandelvoorzieningen zijn echter dringend aan vervanging toe. Daarnaast is er een groot ruimtetekort. Veel functies zijn in tijdelijke unit-bouw gehuisvest. Wat wordt er allemaal nieuw gebouwd??
Uitgangspunten bouw KEC
KinderExpertiseCentrum
Tolbrug heeft in april 2011 een nieuwe locatie betrokken. Hierin zijn tijdelijk nog enkele functies van de kinderrevalidatie gehuisvest, welke later worden ondergebracht in de nieuwbouw KEC. Tolbrug en Mytylschool Gabriël werken samen met CELLO (therapeutische peutergroep 0-4 jarigen) en SWZ (buitenschoolse opvang). Deze partners participeren ook in de nieuwbouw KEC.
De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft op de Kooikersweg een locatie ter beschikking van het (voormalige) Stedelijk Gymnasium, waar de nieuwbouw zal worden gesitueerd. Op deze locatie wordt ook nog een andere onderwijsvoorziening gebouwd.
Missie
De volgende missie wordt door de gezamenlijke organisaties nagestreefd in het KEC:
Het KinderExpertiseCentrum is een organisatie voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 21 jaar met een motorische of meervoudige beperking of langdurige ziekte die hen in hun ontwikkeling belemmert.
Het KEC integreert onderwijs, revalidatiezorg, dagbesteding en opvang. Het KEC mobiliseert de cognitieve, fysieke en sociale potenties van het kind in samenhang met de maatschappelijke context. De inspanningen zijn erop gericht dat kinderen met een motorische of meervoudige beperking of langdurige ziekte nu en in de toekomst een optimale graad van autonomie en maatschappelijk participatie bereiken.
Het KEC biedt een breed, innovatief en geïntegreerd pakket aan onderwijs, revalidatiezorg, dagbesteding en opvang. Vragen van kinderen en ouders zijn richtinggevend voor het beleid rondom individuele kinderen en voor het beleid van het Kindercentrum als geheel. Op basis van het principe één kind één plan zoeken we samen met kinderen, ouders en (samenwerkings-)partners naar passende antwoorden met betrekking tot onderwijs, revalidatie, wonen, werken, dagbesteding en vrije tijd.
Het KEC hanteert de volgende kernwaarden:
- maatwerk
- ontwikkeling en innovatie
- marktconforme kosten
Organisatie-inrichting en -structuur
De hoofdindeling van het KEC is primair gericht op de ontwikkelingsfase van het kind en secundair op de leeftijd. Daarmee sluit het KEC het beste aan bij de visie: ‘maatwerk voor maximaal perspectief’ (MVMP) en de kernwaarde ‘maatwerkconfectie’. Hierdoor ontstaan er vier (ontwikkelings)afdelingen die bepalend en leidend zijn bij het organiseren van het werk. Tevens worden alle activiteiten ondergebracht in de afdelingen.
De nieuwe organisatie voor het KEC is gericht op een geïntegreerde aanpak. Per afdeling worden deskundige teams samengesteld die op basis van een integrale werkwijze te werk gaan. De afdelingen kennen allemaal één typerende hoofdactie, te weten:
- 0-4 jaar, gericht op instructie
- 4-8 jaar, gericht op ontdekken & ontwikkelen van basisvoorwaarden
- 8-12/14 jaar, gericht op specifieke ontwikkeling & zelfredzaamheid
- 14/16 jaar en ouder, gericht op participatie in de maatschappij
Er wordt gebouwd op een capaciteit van:
- Mytylschool Gabriël: max. 200 leerlingen / 22 groepen
- Tolbrug: 660 revalidanten per jaar (1235 m2 BVO + 220 m2 BVO gedeeld gebruik met Cello)
- Cello: max. 16 kinderen per dag (220 m2 BVO als gedeeld gebruik met Tolbrug)
- SWZ: 18 kinderen buitenschoolse opvang (110 m2 BVO)
Bedrijfsondersteuning (AO/IC, P&O, secretariaat, technische dienst, ICT, enz..) wordt zoveel als mogelijk geïntegreerd georganiseerd vanuit de beide moederorganisaties. Gebruik van elkaars middelen (personeel, materieel, apparatuur) wordt vastgelegd in SLA’s (contracten).
Algemene uitgangspunten bouw en randvoorwaarden
Het ontwerp en de uitvoering dienen te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid (Bouwbesluit), regelgeving en richtlijnen van het Ministerie van VWS, het College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen, de ARBO-wetgeving, gemeentelijke- en brandweereisen, Handboek voor toegankelijkheid, bestemmingsplan, Nutsbedrijven, Welstand, en dergelijke
Naast het inbouwen van flexibiliteit dient de huisvesting zo efficiënt mogelijk opgezet te worden. Dit houdt onder andere in dat de oppervlakte van een ruimte niet groter dan noodzakelijk moet zijn, rekening houdend met gebruiksflexibiliteit. Gestreefd moet worden naar een zo gunstig mogelijke bruto/nuttig verhouding en maximale aandacht voor de ruimten voor leerlingen/revalidanten, medewerkers en het verkeersgebied.
Het gebouw moet voor iedereen goed toegankelijk zijn. Iedere mindervalide medewerker, leerling/patiënt en bezoeker moet zelfstandig het gebouw in kunnen komen en zich met gemak door het gebouw kunnen voortbewegen. Er bevinden zich 4 trappenhuizen met lift.
Het gebouw en de inrichting ervan moeten voor de gebruikers (leerlingen/revalidanten, personeel en bezoekers) zodanig zijn dat de veiligheid en gezondheid te allen tijde zo optimaal mogelijk gewaarborgd zijn. De bouwkundige lay-out dient zodanig te zijn, dat alle doorgangen en vluchtwegen een overzichtelijk, efficiënt en logisch beeld geven, zodat zowel bij normaal gebruik als in geval van calamiteiten een maximale veiligheid gewaarborgd is. Risico’s die door criminaliteit of vandalisme tot schade kunnen leiden aan de eigendommen van de gebruikers en de bezoekers van het complex en voor de bedrijfsprocessen op/in het complex dienen te worden geminimaliseerd.
De nieuwe huisvesting dient onderhoudsarm te worden uitgevoerd; de som van de investeringen en exploitatiekosten moet over de levensduur van de gebouw- en installatieonderdelen zo laag mogelijk zijn.
Specifieke eisen
Flexibiliteit: In verband met de toename van keuzevrijheid en eventuele veranderingen in de zorg- en onderwijsbehoefte is het van groot belang dat voldoende flexibiliteit wordt ingebouwd in de voorziening.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten flexibiliteit:
- externe flexibiliteit (aanbouwflexibiliteit)
- interne flexibiliteit (indelingsflexibiliteit)
- gebruiksflexibiliteit
- afstotingsflexibiliteit
Het gebouw dient enerzijds een uitstraling te hebben die duidelijk gericht is op de ontwikkelingsfase van de kinderen/jongeren; anderzijds dient zij een professionele uitstraling te hebben. Het zal een kindvriendelijk gebouw moeten zijn dat in de verschillende onderdelen specifiek gericht is op de doelgroepen (variërend van kleuters tot jongvolwassenen). Gewenst is een combinatie van expertise en relatie gericht zijn. Daarbij past een open en transparant gebouw dat midden in de maatschappij staat, met een duidelijke herkenbaarheid in de omgeving. Alle functies dienen onderling in verbinding te staan, zodat er duidelijk sprake is van één Kinder Expertise Centrum: één geheel, een gebouw waarin vele functies verenigd zijn. Het gebouw dient te stimuleren tot activiteit, uit te dagen tot doen en leren, met een balans tussen ondersteunen, begeleiden en activeren. Hiervoor is een duidelijke structuur en heldere logistiek van belang, met goede verbindingen tussen de belangrijkste functies (goed de weg kunnen vinden, duidelijke oriëntatiepunten). Ten aanzien van licht, kleur en geluid dient er een balans te zijn tussen prikkelarm en prikkelrijk. Ten aanzien van materiaal dient er voldoende bergruimte te zijn zodat de ruimte naar keuze prikkelarmer of rijker kan worden.
De entree is de hoofdentree. Hier komen de mensen binnen die voor het eerst bij het KEC komen. Deze personen komen bij de centrale receptie en dienen zich hier te melden. Voor de wachtende personen is er een wachtruimte bij de centrale receptie. De sfeer dient laagdrempelig te zijn.
De verkeersruimten moeten rolstoel toe- en doorgankelijk zijn. Bij de maatvoering dient hiermee rekening gehouden te worden. De gangen moeten echter ook niet te breed worden, het leren wachten op een ander om zelf door te kunnen gaan, dient een praktijksituatie te zijn. Het doel is om in een dagelijkse situatie van verplaatsen te leren omgaan met hoogteverschillen zonder dat de nadruk ligt op dat het kind dit moet leren. In de verkeersruimten zal op minimaal 1 locatie een situatie gecreëerd moeten worden waarbij de kinderen een helling of traptreden moeten nemen. Om de kinderen spelenderwijs te laten leren om te gaan met onverwachte situaties (in het verkeer) zullen enkele gangen sprongen moeten hebben. Het kind moet leren omgaan met de situatie dat iemand onverwachts om de hoek kan komen.
De revalidatie gebruikt de volgende specifieke ruimten:
- Spreekkamers / onderzoekskamers
- Behandelruimten (multifunctioneel, verschillend in oppervlakte en karakter)
Frontoffice (afspraken artsen, secretariaat) is gesitueerd aan de receptie, Backoffice (medisch secretariaat, planning) in het kantoorlandschap. Administratieve werkzaamheden door artsen en behandelaren vinden plaats in het kantoorlandschap. Behandeling en begeleiding kan ook elders in het hele gebouw plaatsvinden.
Afdeling 1: samen met Cello biedt de revalidatie opvang, observatie en behandeling aan 2 groepen; een therapeutische peutergroep en een observatiegroep. Daarnaast vinden er groepsbehandelingen (instructie) voor ouders plaats. Hiervoor is in bol 1 een multifunctionele groepsruimte. Een ruimte waar variërend behandelbanken (3) of tafels met stoelen staan met een flip-over.
De volgende ruimten worden gebruikt door bol 1:
- 2 groepsruimten, incl. pantry
- verzorgingsruimte (tussen de 2 groepsruimten)
- rustruimte (tussen de 2 groepsruimten, 4 peuterbedden (kunnen 2 stapelbedden zijn))
- multifunctionele behandelruimte groep
Algemene voorzieningen afdeling 2, 3 en 4
In elk klaslokaal/atelier dient een gootsteen/wastafel en een kast te komen. De gootsteen/wastafel dient onderrijdbaar voor rolstoelen te zijn.
Per afdeling is een centraal plein waar alle lokalen van de betreffende afdeling op uit komen. Dit plein moet multifunctioneel te gebruiken zijn. Verzorgingsruimten variëren van standaard toiletten tot aangepaste ruimten voorzien van een plafondtillift / rolstoeltoegankelijk / in hoogte verstelbaar douchebrancard.
Afdeling 2: is de bol van observatie en ontdekken en ontwikkelen van primaire vaardigheden en gebruikt de volgende ruimten:
- klaslokalen
- verzorgingsruimten
- plein (centrale ruimte)
- speelzaal / speltherapie
De speelzaal wordt gebruikt voor onderwijs en therapie (zowel individueel als groepsverband) en moet multifunctioneel te gebruiken zijn. Het moet geschikt zijn als feestruimte, voor het binnen spelen bij slecht weer, muziek spelen, spelontwikkeling, bewegen (gymnastiek en oefenruimte) en themasluitingen. Aangrenzend is een spreekruimte vanwaar middels een ‘One-way-screen’ activiteiten in het speellokaal kunnen worden geobserveerd.
Afdeling 3: is meer gericht op schoolse vaardigheden en trainen van specifieke vaardigheden en gebruikt de volgende ruimten:
- klaslokalen
- verzorgingsruimten
- plein (centrale ruimte)
- ICT instructie (14 computerwerkplekken)
Afdeling 4: is meer gericht op participatie/samen leven in de maatschappij en gebruikt de volgende ruimten:
- klaslokalen
- verzorgingsruimten
- plein (centrale ruimte) Annex de verkeersruimte of het plein een hoek creëren waar de kinderen kunnen 'hangen'
-
ateliers (praktijkgericht onderwijs en revalidatie)
- keuken (rolstoeltoegankelijk, 6 werkplekken)
- ‘vuil werk’/techniek (werkbanken en ruimte voor nader te bepalen technische verrichtingen. Wordt tevens gebruikt als handenarbeidruimte voor afdeling 3)
- winkel/lichte productietechniek
- lichaamsverzorging (verzorgingsruimte SWZ)
- ICT instructie (bij afdeling 3)
EMG
Binnen de Mytylschool zijn enkele EMG-groepen (ernstig meervoudig gehandicapt, 6-8 per groep). Het gaat hier om een groep ernstig verstandelijk gehandicapte kinderen en jongeren, veelal met zware lichamelijke beperkingen, in de leeftijd van 4 tot 21 jaar. Vanwege beeldvorming wordt ervoor gekozen worden de oudste groepen te lokaliseren in de nabijheid van bol 4. Het doseren van prikkels is van belang. In een klaslokaal moet de mogelijkheid bestaan om een bedbox te plaatsen van 2 bij 2,5 m Therapie vindt zoveel mogelijk plaats in de klas, incidenteel in multifunctionele behandelruimtes. Daarnaast gebruiken zij de sensorisch-ervaren ruimte, zwembad en gymzaal. De sensorisch-ervaren ruimte wordt gebruikt door 1 kind of een klein groepje MCG kinderen tegelijk, heeft een behaaglijke temperatuur, comfortabele lig- en zitplaatsen, is tochtvrij en moet prikkelarm gemaakt kunnen worden.
SWZ
In de BSO (buitenschoolse opvang)-groepsruimte komt de groep kinderen bij elkaar. De sfeer is huiselijk. De activiteiten bestaan uit gezamenlijk eten, tv kijken, knutselen, puzzelen en diverse speel- en spelactiviteiten. Indien de groep groot is of het leeftijdsverschil is groot, wordt na het samenkomen de groep opgesplitst. De oudere kinderen gaan dan naar een lokaal van de school of een therapievoorziening voor hun activiteiten. De warme avondmaaltijd wordt gekookt door een medewerker van de BSO. Deze maaltijd wordt bereid in de keuken van afdeling 4.
De volgende ruimten worden gebruikt door SWZ:
- groepsruimte
- verzorgingsruimte
- eigen kantoorruimte
Doelgroepoverstijgende ruimten
In het KEC is een centrale multifunctionele ruimte die gebruikt kan worden voor bijeenkomsten, symposia, presentaties, school toneelstukken, enz.
De sport-/gymnastiekzaal dient voor het geven van gymlessen, BEO, judo, therapie (bewegingsagoog en fysiotherapeut) en activiteitenmiddagen. De gymzaal moet opsplitsbaar zijn, zodat meerdere groepen er tegelijk gebruik van kunnen maken. Bij de gymnastiekzaal moeten kleedruimten (apart voor dames en heren en rolstoel toe- en doorgankelijk) en een bergruimte gerealiseerd worden. Er is een werkplek voor de gymleerkrachten, in combinatie met een toezichtfunctie
Het zwembad wordt gebruikt voor onderwijs aanvang zwemmen/watervrij en EMG-activiteiten in het water.
Het kantoorlandschap op de begane grond bevat werkplekken voor management, stafdiensten en administratieve functies, ingericht in ‘domeinen’ zonder persoonlijke werkplekken. Er wordt uitgegaan van het ‘clean desk-pricipe’. In het kantoorlandschap bevinden zich repro-functies en enkele afzonderlijke gespreksruimten. Aangrenzend bevinden zich een serverruimte en bergingsruimte voor dossiers. Op de eerste verdieping bevindt zich nog een werkruimte met flexplekken.
In de personeel/teamkamer heeft het personeel de gelegenheid om te pauzeren en te lunchen. Daarnaast fungeert deze ruimte (deels afgescheiden of geheel) als overlegruimte.
Op de begane grond bevindt zich een ‘service-cluster’ met wasruimte annex linnenkamer, technische werkplaats met aparte zaagruimte, een ruimte voor patiëntencontact (aanmeten ortheses en andere voorzieningen) en enkele ruimtes voor opslag en berging. Onder het servicecluster bevindt zich een kelder voor verdere opslag, welke met de lift toegankelijk is.
Terreinvoorzieningen
Er dient voldoende parkeerruimte te zijn voor medewerkers KEC, bezoekers (m.n. revalidatie) en busjes (35). Er is een fietsenstalling zijn voor medewerkers en jongeren.
Aan de achterzijde bevindt zich een speelplaats in combinatie met oefentuin met verschillende ondergronden, een sportveld en een kas / moestuin. Tussen 2 vleugels van het gebouw ligt een meer afgesloten speelterrein voor de jongste kinderen en / of EMG. Op de eerste verdieping bevindt zich ook nog een klein buitenspelterrein.
Berichten 


