Mytylschool Gabriel
Home > Onderwijs > Onderwijsmogelijkheden Mytylschool Gabriël

Onderwijsmogelijkheden Mytylschool Gabriël

Speciaal onderwijs 4 tot 7/8 jarigen

In de kleutergroep bieden we onderwijs aan leerlingen in de leeftijd van 4 tot 7/8 jaar, functionerend op gemiddeld basisschoolniveau, moeilijk lerend niveau, of zeer moeilijk lerend niveau.

Organisatie
De kleutergroepen bestaan uit leerlingen vanaf 4 jaar, die het reguliere onderwijs (nog) niet kunnen volgen vanwege een ondersteuningsbehoefte op fysiek/medisch gebied in combinatie met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van leren en ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag of communicatie.

De kleutergroepen zijn heterogeen georganiseerd; alle leerroutes zitten hier bij elkaar.

Doel
Het doel binnen deze afdeling is zicht krijgen op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling en het aanleren van vaardigheden passend bij de peuter- en kleuterontwikkeling die nodig zijn voor het volgen van onderwijs dat past bij het ontwikkelingsperspectief van de desbetreffende leerling.

In deze periode werken we met alle disciplines binnen de school als één geheel om te ontdekken over welke vaardigheden het kind beschikt en deze waar nodig verder te ontwikkelen. Bovendien laten we weten wat het maximaal te verwachten niveau is waarop het kind zal kunnen functioneren.

Instroom
Instroom geschiedt vanuit thuis, de peuterspeelzaal, de therapeutische peutergroep, de reguliere basisschool, de speciale basisschool, medisch kinderdagverblijf of orthopedagogisch dagcentrum/kinderdagcentrum.

Alle leerlingen behoeven een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband.

Uitgangspunten
Binnen het onderwijs in deze groepen bieden we thema’s aan die aansluiten bij de interesse en de ervaringswereld van de kinderen. Bij de onderwijsactiviteiten zijn de kerndoelen van het speciaal onderwijs uitgangspunt.

Aspecten van de brede ontwikkeling (zoals samen spelen en werken, communiceren, initiatieven nemen en plannen maken) worden gekoppeld aan kennis en vaardigheden. De zelfstandigheid wordt gestimuleerd, zowel op het gebied van het werken in de lessen als op het gebied van praktische redzaamheid, zoals aankleden, toiletgang, eten en drinken.

Onderwijsaanbod
Het programma omvat de volgende onderwijsgebieden:

  • zintuiglijke en motorische ontwikkeling
  • sociaal-emotionele ontwikkeling
  • leren leren
  • ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit
  • praktische redzaamheid
  • spelontwikkeling
  • omgaan met media en technologische hulpmiddelen
  • Nederlandse taal
  • rekenen
  • bewegingsonderwijs
  • oriëntatie op mens en wereld
  • kunstzinnige oriëntatie:
    • beeldende vorming
    • muziek en bewegen
    • dramatische vorming

Vervolgmogelijkheden na de kleuterperiode zijn: continuering van het onderwijs op de mytylschool, een andere vorm van speciaal onderwijs, of plaatsing in het (speciaal) basisonderwijs.

Terug naar boven

Speciaal onderwijs 7/8 tot 12/14 jarigen

Na de kleuterperiode bieden we onderwijs aan leerlingen in de leeftijd van 7 tot maximaal 14 jaar, functionerend op regulier basisschoolniveau, moeilijk lerend niveau of zeer moeilijk lerend niveau.

Het onderwijs op Mytylschool Gabriël kent drie uitstroomprofielen met daarbij behorend vijf leerroutes. Iedere leerroute heeft haar pedagogische en didactische eigenheid, aangepast aan de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen in deze leerroute. Het is mogelijk een overstap te maken naar een andere leerroute indien daar aanleiding voor is.

De groepen zijn samengesteld op basis van leeftijd, uitstroomprofiel, (pedagogisch en didactisch) ontwikkelingsniveau en de ondersteuningsbehoeften. De school hanteert geen jaarklassensysteem. Jaarlijks worden de groepen opnieuw samengesteld. Soms is er sprake van combinatiegroepen van leerlingen uit meerdere leerroutes. Binnen het lesaanbod houden we rekening met de verschillende didactische niveaus, zowel bij het opstellen van het groepsplan als bij de uitvoering ervan.

Voor de volledige beschrijving van de leerroutes verwijzen we naar het schoolondersteuningsprofiel dat hier te vinden is.

Organisatie
De groepen met een uitstroomprofiel vervolgonderwijs (leerroute 5) bestaan uit leerlingen die het reguliere onderwijs (nog) niet kunnen volgen en waarbij naar verwachting sprake zal zijn van een tijdelijke plaatsing op de mytylschool, gevolgd door (terug)plaatsing in het (speciaal) basisonderwijs of het voortgezet onderwijs. Deze leerlingen hebben ondersteuningsbehoeften op fysiek/medisch gebied in combinatie met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van leren en ontwikkeling en/of sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag en/of communicatie.

De groepen met een uitstroomprofiel arbeid (leerroute 3-4) bestaan uit leerlingen die naar verwachting doorstromen naar het voortgezet speciaal onderwijs op de mytylschool of praktijkonderwijs. Deze leerlingen hebben ondersteuningsbehoeften op fysiek/medisch gebied in combinatie met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van leren en ontwikkeling en/of sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag en/of communicatie.

De groepen met een uitstroomprofiel dagbesteding (leerroute 1-2-3) bestaan uit leerlingen die naar verwachting doorstromen naar het voortgezet speciaal onderwijs op de mytylschool, leerroute 1-2-3. Deze leerlingen hebben een ondersteuningsbehoefte op fysiek/medisch gebied in combinatie met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van leren en ontwikkeling en/of sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag en/of communicatie.

Doel
Binnen de SO-afdeling ligt de focus op het leren van vaardigheden en het aanleren van kennis en gedrag, om op deze wijze het persoonlijke maximale perspectief te bereiken, passend binnen de kerndoelen speciaal onderwijs zoals die voor deze uitstroomprofielen omschreven zijn.

Instroom
Instroom geschiedt vanuit de kleutergroepen, het (speciaal) basisonderwijs of een andere vorm van speciaal onderwijs. Alle leerlingen behoeven vanaf 1 augustus 2014 een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband.

Uitgangspunten
In de SO-groepen staan pedagogische en onderwijskundige principes centraal. Het pedagogisch klimaat is zodanig dat een leerling uitgedaagd en gestimuleerd wordt tot zelfstandig functioneren en het dragen van eigen verantwoordelijkheid (autonomie). Daarbij wordt rekening gehouden met de ondersteuningsbehoeften van de leerling. In de basisgroepen bieden we passend onderwijs aan. Dit betekent dat we kinderen functionerend op regulier basisschoolniveau of op moeilijk lerend niveau onderwijs aanbieden zoals dat geformuleerd is in de kerndoelen voor het speciaal onderwijs.

Leerlingen die functioneren op een zeer moeilijk lerend niveau bieden we onderwijs aan zoals dat geformuleerd in de kerndoelen ZML (Zeer Moeilijk Lerend).

Het onderwijsaanbod aan leerlingen functionerend op zeer moeilijk lerend niveau dient te voldoen aan twee voorwaarden, namelijk betekenisvolle leerinhouden en functionaliteit. Bij alle onderwijsactiviteiten wordt de vraag gesteld: ‘Welke vaardigheden heeft deze leerling nodig om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren als jongvolwassene in een begeleide woonwerkomgeving of dagbesteding?’ Kennis en vaardigheden zijn direct verbonden met elkaar.

Voor alle leerlingen geldt, dat we streven naar het behalen van maximale autonomie en zelfbepaling.

Onderwijsaanbod
Binnen het programma komen de volgende onderwijsgebieden aan bod:

  • sociaal-emotionele ontwikkeling
  • leren leren
  • omgaan met media en technologische hulpmiddelen
  • praktische redzaamheid
  • Nederlandse taal of taal en communicatie
  • rekenen en wiskunde
  • bewegingsonderwijs
  • oriëntatie op mens en wereld:
    • oriëntatie op ruimte (aardrijkskunde)
    • oriëntatie op tijd (geschiedenis)
    • oriëntatie op mens en samenleving
    • oriëntatie op natuur en techniek
  • kunstzinnige oriëntatie:
    • tekenen en handvaardigheid
    • muziek
    • dramatische vorming of spel en beweging

Uitstroom
Uitstroom vindt plaats op ongeveer 12- tot 14-jarige leeftijd naar het voortgezet onderwijs of naar het voortgezet speciaal onderwijs. Indien mogelijk stromen leerlingen tussentijds door naar een andere vorm van (speciaal) basisonderwijs (al dan niet met expertise vanuit het speciaal onderwijs).

Terug naar boven

Speciaal onderwijs VSO 12/14 – 18/20 jarigen

In het VSO bieden we onderwijs aan leerlingen in de leeftijd vanaf 12-14 jaar tot maximaal 20 jaar, functionerend op een moeilijk lerend of zeer moeilijk lerend niveau. Leerlingen worden ingedeeld in de leerroutes 1-2-3-4.

Voor de volledige beschrijving van de leerroutes verwijzen we naar het schoolondersteuningsprofiel dat hier te vinden is.

Transitie naar dagbesteding en arbeid
In het VSO begint de transitie vanaf het eerste jaar en eindigt bij de uitstroom en de nazorg. De transitie van school naar dagbesteding of arbeid verloopt in fasen, waarin de brede en algemene oriëntatie in de onderbouw van het VSO plaatsmaakt voor steeds meer eigen keuzes, specifiekere situaties en ervaringen. De mate waarin dat gebeurt, is afhankelijk van de desbetreffende leerroute.

In dit proces zal de leerling een steeds duidelijker beeld ontwikkelen van zijn mogelijkheden, capaciteiten, interesses en ambities en wat hij/zij daarmee wil doen. De leerling werkt hier actief aan, samen met zijn omgeving en onder begeleiding van school.

Organisatie
De groepen met een uitstroomprofiel arbeid (leerroute 3-4) bestaan uit leerlingen waarbij sprake zal zijn van uitstroom naar arbeid in een al dan niet beschermde omgeving.

Deze leerlingen hebben een ondersteuningsbehoefte op fysiek/medisch gebied in combinatie met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van leren en ontwikkeling en/of sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag en/of communicatie.

De groepen met een uitstroomprofiel dagbesteding (leerroute 1-2-3) bestaan uit leerlingen waarbij sprake zal zijn van uitstroom naar arbeidsmatige, taakgerichte of belevingsgerichte dagbesteding. Deze leerlingen hebben een ondersteuningsbehoefte op fysiek/medisch gebied in combinatie met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van leren en ontwikkeling en/of sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag en/of communicatie.

Doel
In het VSO is het onderwijsprogramma gericht op participatie in de maatschappij. Autonomie en zelfbepaling worden vertaald in het aanbod en de zorgstructuur. Leerlingen worden begeleid en gecoacht in het leren nemen van verantwoording over de eigen toekomst.

Het aanbod binnen het VSO is gericht op het bereiken van een maximale zelfstandigheid op het gebied van wonen, werken en vrijetijdsbesteding.

Dit houdt in dat de leerlingen binnen en buiten de veilige omgeving van Atlent hun vaardigheden en kennis toe gaan passen.

Instroom
Instroom geschiedt vanuit het speciaal onderwijs, een andere vorm van voortgezet speciaal onderwijs of vanuit het reguliere onderwijs. Alle leerlingen behoeven vanaf 1 augustus 2014 een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband.

Uitgangspunten
Het VSO is gericht op het bereiken van een zo groot mogelijke mate van autonomie op het gebied van wonen, werken en vrijetijdsbesteding binnen een al dan niet beschermde omgeving. Bij de onderwijsactiviteiten hanteren we de kerndoelen van het voortgezet speciaal onderwijs.

Onderwijsaanbod
Binnen de VSO-stroom dagbesteding komen de volgende onderwijsgebieden aan bod:

  • Nederlandse taal en communicatie
  • rekenen en wiskunde
  • mens, natuur en techniek
  • mens en maatschappij
  • culturele oriëntatie en creatieve expressie
  • bewegen en sport
  • voorbereiding op dagbesteding

Binnen de VSO-stroom arbeid komen de volgende onderwijsgebieden aan bod:

  • Nederlandse taal en communicatie
  • Engels
  • rekenen en wiskunde
  • mens, natuur en techniek
  • mens en maatschappij
  • culturele oriëntatie en creatieve expressie
  • bewegen en sport
  • voorbereiding op arbeid

Uitstroom
Uitstroom vanuit het VSO vindt uiterlijk op 20-jarige leeftijd plaats naar (arbeidsmatige, taakgerichte of belevingsgerichte) dagbesteding of arbeid passend bij de mogelijkheden van de leerling.

Terug naar boven

Leerroute overstijgend onderwijs

Bewegen en sport
Bij de jongste leerlingen ligt het accent op het opdoen van bewegingservaring, onder het motto ‘bewegen beleven’.

In de overige groepen werken we steeds meer aan de op de leerling afgestemde ontwikkeling van:

  • diverse bewegingsvormen: lopen/rijden, balanceren, springen, rollen, klimmen/klauteren, zwaaien/schommelen, werpen/vangen;
  • bewegen op muziek;
  • spelvormen zoals: tikspelen, doelspelen, stoeispelen en slagspelen.

Het accent ligt op ‘bewegen verbeteren’ en ‘gezond bewegen’.

Bij de VSO-groepen ligt het accent steeds meer op de sportspelen en het ‘bewegen regelen’. Denk daarbij aan: elkaar coachen, scheidsrechter zijn en elkaar lesgeven. Sociale aspecten krijgen veel aandacht bij het bewegingsonderwijs. Daarnaast zal er aandacht besteed worden aan een brede sport-oriëntatie met het oog op de toekomst.

Bij alle ontwikkelingen houden we rekening met de individuele mogelijkheden van de leerlingen.

EMB-groepen hebben een apart bewegingsprogramma. Hierbij zijn ze één keer per week in de gymzaal en één keer per week in het zwembad. Tijdens de aangeboden activiteiten dagen we de leerlingen uit tot bewegen en ervaren.

Zwemmen
Het zwemmen staat vermeld in de kerndoelen en dus bieden we het alle leerlingen van de school aan. Zij krijgen vier jaar zwemonderwijs op school, in principe van hun 6e tot hun 10e jaar.

Wij onderscheiden vier groepen leerlingen:

  1. Leerlingen die een zwemdiploma (A, B of C) kunnen behalen. Zij krijgen zwemles van hun 6e tot hun 10e jaar. Het kan zijn dat het zwemonderwijs voor een leerling, gezien zijn persoonlijke ontwikkelingsperspectief, voor een periode van twee jaar wordt verlengd. De beslissing hierover nemen we in overleg met de Commissie van Begeleiding.
  2. Leerlingen die zonder drijfmiddelen kunnen leren zwemmen in diep water, maar die niet aan de eisen van het A-diploma kunnen voldoen. Zij krijgen zwemles van hun 6e tot hun 10e jaar. Ook hier geldt dat de periode van het zwemonderwijs in overleg met de Commissie van Begeleiding (CvB) met twee jaar kan worden verlengd.
  3. Leerlingen die behoren tot de groep van ernstig meervoudig beperkten (EMB-groep). Voor hen is het zwemmen gericht op bewegen, ervaren van en ontspannen in het water (BEO). Bij deze leerlingen is het zwemmen 1 keer per week geïntegreerd in hun rooster als ervaringsgerichte activiteit, ongeacht hun leeftijd.
  4. Leerlingen voor wie het zwemmen onderdeel vormt van het vak bewegingsonderwijs. Dit zijn veelal rolstoelgebonden leerlingen die in het water meer mogelijkheden hebben om zich te bewegen. Voor hen is het zwemmen bedoeld om hun mobiliteit op te bouwen en te behouden en om hun conditie te verbeteren. In overleg met de CvB kiezen we voor deze groep leerlingen voor 1 keer per week zwemmen en 1 keer per week gymles (in plaats van 2 keer per week gymles), ongeacht hun leeftijd.

 Elke leerling proberen we op zijn eigen niveau te stimuleren door een zo breed en gevarieerd mogelijk zwemprogramma aan te bieden. We vinden het belangrijk dat leerlingen zich met plezier bewegen in het water en dat ze hun zelfredzaamheid, al dan niet met hulpmiddelen, vergroten. Als het binnen de mogelijkheden van een leerling ligt, kan hij een diploma of certificaat behalen.

Indien mogelijk volgen de leerlingen de methode ‘Zwemmen in diep water’. Daarbij gebruiken we Easy Swim drijfpakjes, die ouders via de school kunnen aanschaffen tegen inkooptarief.

Diplomazwemmen
We sluiten aan bij het A-B-C programma van de Nationale Raad Zwemdiploma’s. Daardoor kunnen leerlingen die daartoe in staat zijn hun officiële zwemdiploma via de school halen. Dit vindt plaats in een ander zwembad, omdat het schoolzwembad niet aan de eisen voldoet voor diplomazwemmen.

Wanneer een leerling in aanmerking komt voor een officieel zwemcertificaat A, A-diploma of B-diploma brengen we ouders door middel van een brief hiervan op de hoogte. In deze brief vragen we of ouders en leerling mee willen doen met het diplomatraject. Dit traject bestaat uit drie keer oefenen en, als aan de voorwaarden wordt voldaan, diplomazwemmen.

Aan het afzwemmen zijn wel kosten (een bedrag tussen 40 en 50 euro) verbonden.

Typeonderwijs
Mytylschool Gabriël biedt leerlingen met de indicatie voor typeonderwijs de mogelijkheid een cursus hiervoor te volgen. Kitty van Zanten van typischkitty.nl verzorgt de cursus. Zij maakt voor de cursus gebruik van de methode Gigakids. Deze methode is speciaal ontwikkeld om kinderen te leren blindtypen. Voor kinderen met dyslexie of aandachtsstoornissen is er bovendien een dyslexievariant die tevens geschikt is voor kinderen met een motorische beperking.

Ook de ergotherapeut wordt bij de cursus betrokken om specifiek te adviseren bij het bereiken van het maximaal haalbare per kind.

Afhankelijk van de fysieke en cognitieve mogelijkheden van elk kind rondt een kind de cursus af met een diploma blindtypen of certificaat blindtypen of met een certificaat verbeterde typevaardigheid.

In samenspraak met de school plant de cursusleidster tweemaal per jaar een examen. De groepsleerkracht van uw kind benadert u wanneer uw kind voor de cursus in aanmerking komt.

Kunstzinnige Oriëntatie
Van Kunstzinnige Oriëntatie naar Cultuureducatie
Onze school start in het nieuwe schooljaar samen met Bureau Babel met ‘de Culturele Ladekast’. Bureau Babel is het stedelijk bureau voor Cultuureducatie in Den Bosch. het helpt scholen bij het opzetten en vormgeven van cultuureducatie op hun school.
De Culturele Ladekast is een doorlopende leerlijn voor cultuureducatie. Samen met de leerkrachten en assistenten gaat Bureau Babel ons helpen deze leerlijn uit te zetten voor alle stromen op onze school.
De leerlijn besteedt aandacht aan:
• het ontvankelijk zijn voor oude en nieuwe kunstvormen, andere opvattingen en culturen;
• iets creëren met diverse materialen, vormen en in verschillende ruimten;
• het reflecteren op het werk dat gemaakt en/of uitgevoerd wordt;
• het onderzoeken, oplossen of uiteenrafelen van werkstukken of werkprocessen.

De term Kunstzinnige Oriëntatie wordt vervangen door de term Cultuureducatie. Deze laatste term zegt meteen al wat er mee wordt bedoeld: leren over cultuur. Cultuur is immers breder dan alleen de kunst. Cultuur is overal om ons heen en we zijn er onderdeel van. Het is goed als we onze cultuur onderzoeken en daarop reageren. Dit kan op allerlei manieren: een toneelstukje, een fotoreportage, een beeld, muziek luisteren, muziek maken, ga zo maar door.
Cultuureducatie betekent voor onze school ook: meer samenwerking tussen de creatieve en de overige schoolvakken.
De inzet van kunstenaars en aandacht voor cultureel erfgoed, audiovisuele vorming en museum- en theaterbezoek zijn en blijven een vanzelfsprekendheid.
Tot slot, bij dit alles staan plezier en creativiteit in de visie van onze school bovenaan.

Terug naar boven

Nieuws 2

Kalender 2